De dorpscinema’s van Nijlen en Kessel

De cinema – sepia Marc Verreydt

Wie vandaag naar de cinema gaat, reserveert meestal vooraf online een ticket, kiest een comfortabele zetel en beleeft de film in een moderne bioscoopzaal vaak in 3D, 4D en nog-zoveel-meer-D. Nog geen honderd jaar geleden zag een avondje film er helemaal anders uit. In Nijlen en Kessel kon je gewoon te voet of met de fiets naar de dorpscinema in het centrum. Daar kwamen mensen niet alleen om een film te bekijken, maar ook om bekenden tegen te komen, een pint te drinken of na de voorstelling nog wat na te praten.

Het verhaal van de dorpscinema’s is vandaag nog grotendeels te reconstrueren dankzij eerdere publicaties, archiefmateriaal en privécollecties. Voor dit artikel werd voortgebouwd op de waardevolle artikels van Jos Thys in De Poemp (2011) en René Verswijvel in Salvator (1982), aangevuld met de documentatie van onder meer Christine Goris en Fons Lenaerts.

De cinema was veel meer dan een plaats waar films werden vertoond. De meeste zalen deden evengoed dienst als feestzaal, danszaal of toneelzaal. Achter elke voorstelling schuilde bovendien heel wat werk. Films kwamen niet digitaal binnen, maar stonden op grote filmrollen die vaak in Brussel moesten worden opgehaald. De projectoren vroegen voortdurend onderhoud en bijna alles gebeurde met de hand. Het uitbaten van een cinema was dan ook vaak een echte familieaangelegenheid, waarbij iedereen een taak had.

De eerste films waren stomme films. Er werd nog geen gesproken tekst opgenomen en ook muziek ontbrak. Daarom zat vooraan in de zaal meestal een pianist die tijdens de voorstelling live meespeelde. Hij volgde het verhaal op het scherm en probeerde met zijn muziek de juiste sfeer te creëren. Soms stond er zelfs een verteller naast het scherm die het verhaal voor het publiek aan elkaar praatte.
Ook geluidseffecten moesten zelf worden gemaakt. Bij sommige films werden grammofoonplaten gebruikt waarop allerlei geluiden waren opgenomen. Bij schietscènes zat er soms zelfs iemand verborgen naast het scherm om met een namaakpistool precies op het juiste moment een schot te laten weerklinken.

Het is vandaag moeilijk voor te stellen hoeveel indruk de eerste filmvertoningen maakten. Tot dan toe moesten mensen het stellen met toneel, muziekuitvoeringen of verhalen die werden verteld. Plots verschenen bewegende beelden op een groot wit doek. Voor velen was dat pure magie.

Ook in Nijlen en Kessel speelde de cinema heel lang een belangrijke rol in het dorpsleven. Sommige inwoners herinneren zich nog levendig hun eerste film, anderen denken vooral terug aan de bals, de muziek-optredens of hun eerste kus in de oranje zeteltjes van de Nova. Vandaag zijn deze dorpscinema’s verdwenen, maar de verhalen leven gelukkig nog voort.

Cinema’s van Nijlen

De Gildenzaal

In 1929 kreeg Nijlen zijn eerste bioscoop. Die werd ingericht in het oude Gildenhuis of Gildenzaal aan de Kerkstraat, op de plaats waar vandaag het gemeentehuis staat. Het gemeentebestuur gaf toestemming om in de zaal ‘een projectiecabine’ te bouwen en vanaf dan konden de Nijlenaars in hun eigen dorp naar de film.

1922 – De Kerkstraat, met rechts de oude Gildenzaal, dat in de jaren ’50 werd afgebroken om plaats te maken voor het gemeentehuis.

De Gildenzaal was een initiatief van de katholieke gemeenschap en de plaatselijke geestelijkheid hield de werking nauwlettend in het oog. Film was een nieuw medium en men vond het belangrijk dat de vertoonde films strookten met de katholieke waarden. Niet elke film was daarom welkom. De pastoor en een – speciaal daarvoor in het leven geroepen – plaatselijke filmkeuringscommissie bekeken vooraf welke films geschikt waren voor het Nijlense publiek. Scènes die als ongepast werden beschouwd, verdwenen soms gewoon uit de film. Wanneer dat niet mogelijk was, gebeurde het wel eens dat de projectorlens tijdens zo’n scène even werd afgedekt of dat er heel snel werd doorgespoeld, zodat het publiek er niets van te zien kreeg.

Er waren drie voorstellingen per week: op zondagmiddag, zondagavond en maandagavond. Dat bleek voldoende om telkens heel wat volk naar de zaal te lokken. Een toegangsticket kostte één frank. Reserveren kon bij Tinne Van Mengsel, die vlak naast de Gildenzaal woonde. Haar man Simon verkocht de tickets aan de ingang. Eugène ‘Jein Boot’ Witvrouwen en Constant Mariën – beter bekend als ‘Coste van Trien van de Gerde’ – zorgden voor de projectie.

1958 – Filmaffiche van Kinema Gildenzaal.
Inkomticket van 20 frank. De gemeentestempel toont aan dat op elk ticket vermakelijkheidstaks werd betaald.

Begin jaren vijftig kreeg de Gildenzaal een nieuw onderkomen. Op initiatief van pastoor E.H. De Deyne werd aan de Gemeentestraat een nieuwe zaal gebouwd. De pastoor was trots op het moderne gebouw, dat moest kunnen concurreren met de ondertussen erg populaire Cinema Nova. Zoals elke Nijlenaar weet, staat de Gildenzaal er nog steeds.

Cinema Nova

Niet lang na de opening van de Gildenzaal, kwam in 1930 Pieter Flips, beter bekend als ‘Joker’, naar Nijlen waar hij op het Stationsplein Cinema Nova bouwde. Flips was een gewezen schipper en had al ervaring met het uitbaten van bioscopen. Hij zag in Nijlen voldoende mogelijkheden om een derde cinema aan zijn lijst toe te voegen.

Voor de opening van zijn cinema Nova gaf Joker voor de Nijlenaars een gratis filmvertoning in open lucht naast de zaal. De belangstelling was groot en de Nova kende meteen een vliegende start. Louis Van Weert, bij iedereen bekend als Lowie van de Pinder, werd de eerste operateur van de zaal.
Cinema Nova voer een iets vrijere koers dan de Gildenzaal. Dat uitte zich vooral in de filmkeuze. Volgens de overlevering draaiden er in de Nova af en toe films die door de pastoor met iets minder enthousiasme werden onthaald. Daardoor kreeg de cinema de reputatie dat er soms ‘aangebrande’ films werden vertoond.

In 1957 namen Frans Goris en zijn vrouw Clementine Cinema Nova over en verhuisden met hun gezin van Heist-op-den-Berg naar Nijlen. Ze gaven de zaal een grondige opknapbeurt en begonnen vol enthousiasme aan een nieuw hoofdstuk.

Cinema Nova bracht trouwens veel meer dan alleen films. In de beginperiode werden er op zaterdag bals gegeven. Na de vrijdagavondvertoning werden de cinemastoelen achter de scène gezet, de vloer geschrobd en dansklaar gemaakt en de glazen werden netjes gespoeld. Tegen de filmvertoning van zondagnamiddag werden de stoelen teruggezet en het werk ging verder. Door de jaren heen vonden er in de zaal toneelvoorstellingen, muziekavonden en tal van andere activiteiten plaats. Bekende artiesten als Bobbejaan Schoepen en La Esterella traden er op en ook verenigingen maakten dankbaar gebruik van de zaal. Voor heel wat inwoners was de Nova daardoor niet alleen de plaats waar ze hun eerste film zagen, maar evengoed waar ze leerden dansen, een optreden meemaakten of hun toekomstige partner ontmoetten.

Ook de volgende generatie Goris rolde in het familiebedrijf. Zussen Germaine en Christine hielpen al op jonge leeftijd mee in de cinema. Christine stond vaak achter de toog om snoep en drank te verkopen en nam later de uitbating van de cinema over. Haar man, Jef Dillen, verkocht aanvankelijk de toegangstickets, maar nam vanaf de jaren zeventig ook de taak van filmoperator op zich.

Christine en Germaine Goris.
Christine Goris en haar man Jef Dillen.
Inkomtickets van 20 en 30 Belgische frank.
Ook hier met de stempel van gemeentebestuur Nijlen.
De houten stoel in de projectiecabine was een gekoesterd relikwie. Verschillende operateurs kerfden er hun naam in.

Wie denkt dat een film gewoon in een projector werd gelegd, vergist zich. Een speelfilm kwam toe in verschillende zware metalen filmblikken. Eerst moesten de afzonderlijke filmrollen in de juiste volgorde aan elkaar worden gemonteerd. Was een stuk film beschadigd of gescheurd, dan moest dat zorgvuldig worden weggeknipt en opnieuw aan elkaar worden gekleefd. Dat gebeurde beeldje per beeldje. Elke fout betekende een hapering tijdens de voorstelling. De bezoekers beneden merkten daar soms weinig van, maar boven in de projectiecabine was voortdurend concentratie nodig.

Daar kwam nog bij dat de films niet zomaar aan huis werden geleverd. Christine en Jef reden jarenlang zelf naar Brussel om de nieuwste films op te halen. Populaire films kwamen eerst in de grote bioscopen van Antwerpen of Lier. Pas daarna zakten ze af naar de kleinere dorpscinema’s. Wie in Nijlen de nieuwste succesfilm wilde zien, moest dus soms wat geduld hebben. Maar dat leek niemand erg te vinden. Een nieuwe film bleef ook weken later nog volk trekken.

De werking van de cinema veranderde doorheen de jaren voortdurend. In 1980 werd cinema Nova omgevormd en werd de oude filmapparatuur met koolstoflampen vervangen door modernere projectielampen. De zaal beneden werd omgetoverd tot feestzaal en later tot zondagsrestaurant.

Christine Goris: “In de gloriejaren was de zaal vaak volzet en dan waren er drie vertoningen op één dag. Bijvoorbeeld voor Hector of Ciske de Rat en ook voor sommige Disney-films. Klanten stonden dan aan te schuiven en er kwam een extra persoon aan te pas om de rijen in goede banen te leiden. Ooit hebben we de snoeptoog, die op wieltjes stond, moeten vastbinden zodat hij niet weg zou rollen door het gedring”.

Vanaf de jaren 1980 kregen de kleine dorpscinema’s het alsmaar moeilijker. Steeds meer gezinnen hadden thuis een televisie en voor de nieuwste films trokken mensen vaker naar de grotere bioscopen in de omgeving. Christine en Jef bleven het nog lang op hun eigen manier aanpakken en gingen tot op het einde zelf de filmrollen in Brussel ophalen.

Christine Goris: “Het allerspannendste was toen we ontdekten dat we een Franstalige, niet-ondertitelde, film hadden meegekregen. Toen is Jef in zijn auto gesprongen en is in Brussel de juiste versie gaan halen. Hij was net op tijd terug voor de vertoning”.

Het was helaas noodzakelijk om dure, digitale apparatuur aan te kopen om de meer recente films te kunnen blijven aanbieden in het nieuwe digitale tijdperk. Die investering zag de familie niet meer zitten. Na een mooi en rijk cinemaverleden werd het stilaan tijd om aan hun pensioen te denken. Op 1 januari 2012 sloot de memorabele Nova de zo gekende deuren naast het loket.

Tientallen jaren lang hadden generaties Nijlenaars er hun eerste film gezien, een zakje snoep of een doosje Oufti!-ijspralines gekocht aan de tafel naast de trap, meegeleefd met menig diva of held, of tijdens een bal of receptie de dansvloer onveilig gemaakt…

De cinemazaal van Cinema Nova. Hoeveel koppeltjes zouden hier hun eerste kus hebben gegeven?
De sterren in het voetpad voor het voormalige cinemagebouw herinneren aan het Nijlense Filmfestival ‘Briljante Films’ dat door de jeugd- en cultuurdienst van gemeente Nijlen vele jaren werd georganiseerd. Op de gekende V.I.P.-avond kwamen verschillende Vlaamse acteurs en regisseurs naar de Nova afgezakt.

Cinema’s van Kessel

Cinema Andries

Ook in Kessel had de film zijn ingang gevonden. Al in 1927 openden de broers Louis en Frans Andries achter herberg In den Vriendenkring in de Dorpsstraat hun eigen bioscoop: Cinema Andries. Zoals zoveel anderen in die tijd waren zij gefascineerd door de revolutionaire uitvinding van het bewegende fotografische beeld. De eerste speelfilm die geprogrammeerd werd, was ‘Het Mooiste Meisje’.

Tegen de gevel van cinema Andries hingen grote filmaffiches en met losse letters werd telkens de nieuwe film aangekondigd. Dat liep niet altijd goed af: ooit stond er een hele week te lezen “Met de grote vette Sarah Leander”, terwijl eigenlijk “grote vedette” bedoeld was.


Een ticket kostte drie frank voor het gelijkvloers en vier frank voor het balkon. In die tijd werden er verschillende stomme ‘kluchtfilms’ getoond met komieken als Charlie Chaplin of Laurel en Hardy. De onnozelste situaties konden toen rekenen op echt gemeend gelach. Als Charlie Chaplin een emmer witkalk over zijn onschuldige kop kreeg, gierde men het uit.

Naast films werden er ook actualiteitsbeelden vertoond, meestal sportgebeurtenissen. De successen volgden elkaar in sneltempo op. Met de spektakelfilm ‘Ben Hur’, kon je de spanning in de zaal voelen. De grootste overrompeling die Cinema Andries misschien ooit heeft gekend, was met de vertoning van ‘Machiste in de hel’. Om de verschrikkingen van de helse taferelen bij ’t publiek nog realistischer te doen overkomen, experimenteerde den Andries met gekleurd glas dat hij voor de projectielens plaatste, meestal rood. Een echte hel was het toen!
Tijdens de pauze werd het publiek nog getrakteerd op andere demonstraties, zoals van John Doneck, een Duitse krachtpatser die van cinema tot cinema trok en ijzeren staven met de hand plooide.

Nogal hinderlijk waren de projectiestralen in de filmzaal die veel te laag, juist boven de hoofden, schenen. De telaatkomers moesten daarom, in de duisternis, al bukkend naar een nog open plaats zoeken. Ze liepen dan onvermijdelijk door de lichtstralen heen, gevolgd door luidruchtig protest en schuine opmerkingen.

Het witte doek van Cinema Andries.
Frans Andries naast zijn projector.
De eerste ‘cinéprojectors’ van Andries, die werden gebruikt om stomme films af te spelen.
Toestel om licht beschadigde filmrollen opnieuw te vernissen. Louis Andries ontwierp en bouwde het zelf, omdat een exemplaar uit de handel heel duur was.

Josephine, de vrouw van Louis, zat steevast achter het kleine loket waar ze niet alleen de toegangstickets verkocht, maar ook snoep voor tijdens de film. Kinderen konden soms minutenlang twijfelen over een snoepje van een halve frank, maar Josephine verloor nooit haar glimlach.

Aanvankelijk werd ook in Kessel in kerkelijke middens de cinema met een scheef oog bekeken en vaak afgeschilderd als een duister oord der verderf. Stilaan werd het echter duidelijk dat de film in menig opzicht ook een educatieve waarde bezat en de mensen vooral verzet en ontspanning bood op een wijze die niemand zich ooit eerder had durven indenken. Voor- en tegenstanders sloten dan ook snel een typisch ‘Belgisch compromis’: kinderen mochten naar de cinema op voorwaarde ze eerst naar de kerk gingen en ‘het lof’ bijwoonden. Dat lof eindigde dan ook doorgaans met een rumoerige wedloop van jongens en meisjes van de kerk tot bij den Andries.

Tijdens de mobilisatie van 1939-1940 verzorgden Louis en Frans dagelijks filmvoorstellingen voor de soldaten die in Fort Kessel en zaal Alcazar verbleven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mochten enkel Duitse films worden vertoond. Het zou heel gevaarlijk geweest zijn als den Andries het had aangedurfd een Amerikaanse cowboyfilm te vertonen.

Na de oorlog deed de kleurenfilm haar intrede en werd de concurrentie tussen de bioscopen steeds groter. Om publiek te lokken, werd alles uit de kast gehaald. Voor de film ‘Het Sluipende Gift’ liet Andries zelfs 15.000 strooibriefjes boven Kessel uit een vliegtuigje neerdwarrelen. In die tijd was dat een sensationele stunt. De film werd in die strooibriefjes aangekondigd als ‘een draaiprent waarin nu eens letterlijk en figuurlijk de naakte waarheid aan het licht zou komen’. Helaas werd het een grote flop en veel kijkers verlieten zelfs voortijdig de zaal.

De eerste kleurenfilm die in Cinema Andries werd vertoond, ‘Gejaagd door de Wind’, was zo’n succes dat niemand erover uitgepraat raakte. Maar toen de film bij den Andries werd vertoond hadden de meeste mensen hem al minstens drie keer in de stad gezien. In latere jaren volgden er nog veel grotere kleurenproducties in Cinemascope, Vistavision, Panavision, op 70 mm film enzoverder.

Helaas zorgde de opkomst van de televisie ook in Kessel voor het verdwijnen van de dorpsbioscoop.
Op 27 december 1981 viel definitief het doek over de 55 jaar oude dorpscinema. De laatste zondag voor oudejaarsavond draaide Frans Andries voor een vijftal kijkers zijn allerlaatste film ‘De Wraak van het Beest’. Frans en Louis mochten trots zijn op wat ze voor het dorp betekend hebben. Vele Kesselaars hebben ongetwijfeld nog steeds mooie herinneringen aan den Andries.

Cinema Rio

Ook Kessel had meer dan één cinema. Naast Cinema Andries was er ook Cinema Rio. Over deze bioscoop zijn echter nauwelijks bronnen bewaard gebleven, waardoor we het verhaal jammer genoeg niet uitgebreid kunnen neerpennen.

Het gebouw was gelegen aan de Stationssteenweg, ter hoogte van nummer 25.
Na het stopzetten van de filmvertoningen kreeg het pand verschillende nieuwe bestemmingen. Eerst werd het ingericht als Coop-superette. Later deed de voormalige cinemazaal nog een tijd dienst als verkoopruimte voor overstocks. Uiteindelijk werd het gebouw verkocht en verbouwd tot woongelegenheden.

Misschien duiken in de toekomst nog foto’s, affiches of herinneringen op die het verhaal van Cinema Rio verder kunnen aanvullen. Ook deze zaal maakte immers deel uit van de rijke cinemageschiedenis van Kessel.

1957 – Filmaffiche van Cinema Rio.
2026 – Het gebouw aan de Stationssteenweg waar vroeger Cinema Rio gevestigd was.

Tot slot…

Het is eigenlijk nog helemaal niet zo lang geleden. De laatste dorpscinema sloot pas in 2012. Toch is het vandaag al moeilijk voor te stellen dat inwoners van Nijlen en Kessel ooit konden kiezen uit vier bioscopen, allemaal binnen een paar kilometer van elkaar.

Net daarom is het de moeite waard om ook dit stukje lokale geschiedenis te blijven vertellen.

Auteur info

Annelies Tack (°1980). Annelies studeerde in 2003 af als sociaal agoge aan de UGent. Ze werkte bijna 18 jaar als cultuurbeleidscoördinator voor lokaal bestuur Nijlen waar ze onder andere verschillende erfgoedprojecten coördineerde. In 2022 maakte ze de overstap naar de Erfgoedcel Kempens Karakter. Ook in haar vrije tijd is ze graag bezig met erfgoed als actief lid van de Erfgoedkring Tussen Twee Nethes.

Werkten mee aan dit artikel

REDACTIE
Annelies Tack
Rudy Van Nunen

VORMGEVING EN ILLUSTRATIES
Marc Verreydt

Bronvermelding

+

-

Artikels en presentaties:

  • Thys J., “De opkomst en neergang van de Nijlense cinema’s” in: De Poemp, Driemaandelijks Tijdschrift Heemkring Davidsfonds Nijlen, nr. 72, 2011
  • Torfs E., “Opkomst en uitdoven van de buurtcinema’s te Heist-op-den-Berg, Berlaar en Nijlen”, presentatie in Woonzorgcentrum Sint-Augustinus te Berlaar, 25/02/2025
  • Verswijvel, R., “Kessel zonder cinema”, in: Salvator, Kessels Driemaandelijks Cultureel Tijdschrift, nr. 41, 1982.

Afbeeldingen:

  • Collectie Fons Lenaerts
  • Collectie Christine Goris
  • Erfgoedkring Tussen Twee Nethes – collectie Salvator
  • Erfgoedkring Tussen Twee Nethes – collectie De Poemp

Heb je zelf interesse om een artikel te schrijven over een stukje erfgoed dat jou nauw aan het hart ligt?
Neem dan zeker contact op.